Waarachtigheid of schijn

14-12-2018

Eigenlijk ben ik niet zo'n knieler of buiger. Wanneer ik een kapel of kerk binnenkom, ga ik gewoon zitten.
Dat ik niet gegroet heb, realiseer ik me gewoonlijk pas wanneer ik de volgende bezoeker heel eerbiedig zie knielen of buigen en dan voel ik me natuurlijk opgelaten. Ben ik dat toch weer vergeten.

Niet dat ik nooit kniel: om te bidden ga ik soms wel op de knieën. Maar ik moet toegeven dat dit me dan behoorlijk afleidt. Zo'n ongemakkelijke houding vermindert mijn aandacht en mijn knieën houden me op dat moment meer bezig dan dat wat ik werkelijk te zeggen heb.

Ben ik oneerbiedig? Soms vraag ik dat wel eens aan God.

Maar wanneer ik wel 'eerbiedig' buig bij het betreden van een kapel, dan moet ik toegeven dat ik dat eigenlijk meer doe voor de eventuele toeschouwers dan voor God. Ik doe het omdat ik denk dat dat van mij verwacht wordt, omdat ik denk dat het zo hoort, omdat ik bewust 'eerbiedig ' wil zijn. Het heeft in ieder geval altijd iets geforceerd. Eigenlijk houdt de manier waarop ik buig me meer bezig dan Gods aanwezigheid, net zoals die knieën tijdens het bidden.

En toch heeft het niks te maken met een gebrek aan eerbied maar eerder met de plaats.

Meestal heb ik voor dat ik een kapel betreed al tot God gesproken op andere plaatsen. Ik heb helemaal niet het gevoel dat ik nu plots in zijn aanwezigheid treed. Ik heb zelfs niet het gevoel dat ik in die kapel dichter bij hem ben.

Hoe kan ik hem nu oprecht groeten wanneer ik me steeds bewust ben van zijn aanwezigheid; dat Hij steeds bereikbaar is, waar ik ook ga of sta.

Het zal nooit oprecht zijn, omdat ik niet geloof dat Hij alleen maar op die bepaalde plaats is.

Wanneer ik het toch doe, dan is het alsof ik iemand die al een hele tijd bij me is en waarmee ik al uitgebreide conversaties heb gehad, plotseling een hand zou geven en zou begroeten.

Stel je voor dat je dat bij collega's op het werk zou doen nadat je al enkele uren met hen hebt samengewerkt. Ze zouden denken aan een grap of zich vragen gaan stellen over je geestelijke gezondheid.

Eigenlijk doen we veel dingen alleen maar omdat wij denken dat het zo hoort en zeggen we dingen die we gewoon zijn te zeggen, zonder ons nog vragen te stellen over wat we nu eigenlijk aan het doen zijn.