Waar is mijn Heer?

16-03-2022

'Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.'

Wanneer ik in het gezelschap van medechristenen ben en hen hoor spreken over het geloof, is bovenstaande uitspraak van Maria van Magdala, meestal wat in mij naar boven komt.
Wie is die Jezus waarover zij het hebben? Ik vind Jezus uit de bijbel niet terug.
Hij lijkt op de Jezus die ik ken, maar toch is Hij het niet.
Wat ik bedoel, is dat het beeld dat zichtbaar wordt, zo beperkt, zo onvolkomen is.
Wanneer je aan iemand vraagt wat er zo bijzonder aan Jezus is, komen ze dikwijls niet verder dan dat Hij opkwam voor de zwakken of de armen.
Dat is natuurlijk waar, maar Hij kwam natuurlijk op voor iedereen, in die zin dat Hij als verlosser een soort van advocaat was, een pleitbezorger. Hij verdedigde ons bij de Vader.

Een andere uitspraak is: "Hij is ons voorbeeld." , waarbij men zomaar aanneemt dat zijn voorbeeld volgen ons wel zal lukken, als we gewoon ons best doen.
Maar ik zie het niemand doen.

Pas hoorde ik iemand vertellen hoe de verschillende christelijke denominaties het avondmaal of de communie vieren en wat de betekenis voor hen is.
Hij vond het interessant de geschiedenis ervan te bestuderen.
Ik durfde niet te zeggen dat het mij helemaal niet interesseerde.
Wanneer ik de communie ontvang, dan doe ik dat met eerbied maar hoe Jezus aanwezigheid theologisch in elkaar zit, vraag ik me op dat moment niet af. Ik zou het trouwens toch niet echt begrijpen.
Hoeveel discussies worden er niet gehouden over het verschil tussen de denominaties. Ze willen allemaal bewijzen aan de hand van Bijbelteksten dat zij zelf gelijk hebben, maar vooral dat de anderen verkeerd zijn.
En toch gaat het zelden over de fundamenten van het geloof. Meestal gaat het over wat ik 'versierseltjes' noem.
Het probleem is dat de meeste christenen de fundamenten zelfs niet kennen.
De hoeksteen van het fundament is Jezus en als je Hem niet kent, dan heeft de rest geen zin.

Jezus taak was het evangelie van het Rijk Gods te verkondigen.
Maar wat is het Rijk Gods?
Hij is zoon van God maar Hij noemt zichzelf de Mensenzoon. Wie of wat is Hij?
Heel het heilsverhaal draait rond vergiffenis en verzoening. Het gaat om 'zeventig maal zeven', tot ' Vader vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen' in zijn laatste momenten, te midden van vreselijk lijden.
Er worden ellenlange discussies gevoerd over praktische zaken als ceremoniekleding, het soort muziek, tot zelfs waar iedereen moet zitten, welke bewegingen er moeten gemaakt worden en welke woorden er moeten uitgesproken worden.

Het is interessant je in gedachten de Jezus, die we kennen uit de evangelies
voor de geest te halen en Hem te vragen van Hij ervan denkt. Zou Hij zichzelf of zijn boodschap nog herkennen?

Jezus verkondigde het evangelie van het Rijk Gods.
Maar wat is het Rijk Gods?

Mensen hebben een sprookjesachtige voorstelling van dat Rijk.
Ze zien dan een stad met gouden muren, en poorten gemaakt van parels; een stad, die hangend aan touwen uit de hemel neerdaalt.
Het is een plaats die God als een geschenk aan de gelovigen geeft.
Maar dat is niet het beeld van het Rijk Gods; dat is het nieuwe Jeruzalem dat Johannes beschreef in het boek Openbaring.

En het Rijk Gods is niet iets wat God aan ons geeft. In zekere zin is het iets dat wij aan God geven.
God kan het niet geven, hoogstens aan ons opdringen, en dat doet Hij niet want onze vrije wil is hem heilig.
''Het Rijk Gods is onder u" zei Jezus. Dit wil zeggen dat het niet gaat over iets dat in de verre toekomst ons gegeven zal worden. Het Rijk Gods is er nu en was er ook in Jezus tijd, nog niet ten volle maar er was een aanzet.
Het was er zoals het mosterdzaadje dat moet uitgroeien tot een grote struik,
het was er zoals zuurdesem dat heel het deeg moet doen rijzen.

Het Rijk Gods is niets anders dan de plaats waar God heerst, waar God het voor het zeggen heeft, waar wij hem het gezag geven, waar zijn wil geschiedt.

Dat is wat Jezus kwam vertellen en voordoen. Hij was diegene die altijd deed wat zijn Vader wilde en Hij liet zien wat er dan gebeurde. De wonderbaarlijke dingen die gebeurden waren tekens van een leven naar Gods wil.

Jezus was de nieuwe schepping.
Net zoals Adam had Hij een vrije wil, maar Hij verkoos de wil van zijn Vader te doen.
Hij was bereid de verantwoordelijkheid te nemen voor de fouten van de schepping.
Hij liet de Geest van God de leiding overnemen. Waar hij was, was het Rijk van God.

Jezus noemt zichzelf steeds de Mensenzoon.
Wij christenen noemen hem de Zoon van God en uit alles blijkt dat Jezus over God spreekt als zijn en onze Vader.
Jezus is inderdaad een zoon van mensen en een zoon van God.
Fysiek gezien was Hij volkomen mens, een schepsel van God gevormd uit stof.
Wanneer mensen het scheppingsverhaal lezen dan stellen ze zich dat stof voor als een hoop klei dat tot een poppetje geboetseerd wordt. Maar stof wil zeggen dat ons hele lichaam bestaat uit de scheikundige elementen waaruit heel de aarde, of zelfs het hele heelal is samengesteld.
Maar wat maakt ons tot mens?

Veel van onze ideeën stoelen op kennis of eerder gebrek aan kennis uit het verleden.
God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis, dat leren we uit de bijbel.
Maar God is geest. Hij heeft dus geen stoffelijk, sterfelijk lichaam.
De mens heeft dat wel. In dat verband spreekt men over de mens, als zijnde bestaande uit een lichaam en een ziel, maar die ziel is een zeer vaag iets. Het is dan de plaats waar onze persoonlijkheid, ons bewustzijn, onze emoties, ons verstand huizen.
Ondertussen weten we dat al die dingen in onze hersenen huizen.
Beschadigingen in onze hersenen kunnen grote gevolgen hebben voor onze intelligentie, ons karakter, onze emoties.
Fysiek gezien zijn wij dieren. Wij denken dat we meer ontwikkeld zijn, maar in realiteit weten we niet hoe een dier denkt of voelt. Sommige dieren hebben eigenschappen die ons met verstomming slaan.
Vleermuizen navigeren via weerkaatsing van geluiden.
Vissen en vogels reizen honderden kilometers met een inwendige gps.
Ze hebben zintuigen die veel gevoeliger zijn dan de onze; kunnen dingen waarvan wij enkel kunnen dromen.

Dus als God spreekt over zijn beeld en gelijkenis, dan heeft Hij het over onze geest.
Enkel de geest maakt ons tot mens.
Het is als het ware de navelstreng met God. Verbonden met Hem geeft het ons eeuwigheidswaarde.
Zoals een navelstreng het bloed van de moeder met alle voedingstoffen en zuurstof naar het kind brengt, zo brengt de geest van God alles wat de christen nodig heeft naar de mens.
Hoe meer we Gods Geest in ons toelaten, hoe meer we op Jezus gaan lijken. In Hem was de volheid van Gods Geest aanwezig maar niet de zondige natuur.
Jezus kon zeggen: "Ik en de Vader zijn één."

Jezus is onze Verlosser, onze bemiddelaar, onze verdediger, een soort advocaat.
Maar waar gaat het hier dan over?

Het is misschien interessant om het verhaal tussen God en mens als een proces te bekijken.
God heeft de mens geschapen met een vrije wil maar ook met richtlijnen; noem het wetten.
De mens heeft die wetten overtreden en is dus in dit geval de beklaagde.
Jezus is de advocaat die de mens verdedigt door verzachtende omstandigheden aan te voeren. Hij kan dan niet echt de onschuld bewijzen, want de beklaagde is duidelijk in de fout gegaan.
Maar de advocaat wil absoluut de straf vermijden en de beklaagde nieuwe kansen geven.

Het probleem is dat er nog een figuur is die mee doet aan dit proces, namelijk satan, een naam die komt uit het Grieks en letterlijk betekent: aanklager, beschuldiger.

De rechtszaak is een beeld van wat er in het leven van elke christen gebeurt: een strijd tussen goed en kwaad.
We schijnen nog al eens te denken dat die strijd buiten ons om gebeurt: de gelovigen tegen de zondige wereld, de kerk tegen de antichrist.
Maar de strijd woedt in ons. En de vraag is door wie laten wij ons leiden: door de Heilige Geest of door satan? Er zit echt geen braaf engeltje en een stout duiveltje op onze schouder dat ons bewust doet kiezen; het gaat veel subtieler.
Staan wij aan de kant van de aanklager of aan die van de verdediger?

Zoals dat vaak gebeurt met geloofszaken zien we de strijd buiten ons, als een soort toneel.
Maar alles wat te maken heeft met ons geloofsleven is realiteit.
Wij zijn de aanklager telkens we anderen beschuldigen. Wij zien onszelf als diegene die het goede doen en vinden wel een reden om onszelf te rechtvaardigen.
De uitspraak van Jezus over de splinter in het oog van anderen en de balk in ons eigen oog is iets wat precies weergeeft hoe wij in het leven staan.

Wij zitten in het kamp van de antichrist telkens we beschuldigend en veroordelend naar anderen kijken of over hen spreken.
Maar we zitten ook in dat kamp wanneer we veroordelend naar onszelf kijken.
Wanneer Jezus zegt :'Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven." , dan zijn wij daar ook bij.
Geen elke schuld weegt zo zwaar als de schuld die we op onszelf leggen.

De verantwoordelijkheid voor het vergeven ligt bij ons.
God heeft alles wat Hij kon doen al gedaan door Jezus.
Hij heeft ons verlost van die schuldenlast.
Wij zijn diegenen die die schuld weer op onze schouders en die van anderen leggen.

Heel het heilsplan van God draait daar om: vergiffenis, verzoening, bevrijding van schuld.
Daar tegenin gaan door niet te vergeven, is mijn inziens de grootste zonde; de onvergeeflijke zonde die ingaat tegen de Heilige Geest.

Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven. ( Mat. 6, 14-15)
Het wonderbaarlijke hiervan is, dat de God deze zonde nooit vergeeft, maar dat ze ophoudt te bestaan op het moment dat de mens vergeeft.
Zo groot is Gods liefde.

©2022 bezinning.info
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website.