Naakt voor God

27-04-2020

"Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt, zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet."

Na de zondeval verstopte de mens zich voor God en toen die hem daarover om uitleg vroeg, antwoordde de mens dat ze dit deden omdat ze naakt waren.

God vroeg hen: 'Wie heeft je gezegd dat je naakt bent?' Hij vroeg niet: 'Waarom ben je naakt,' maar 'Hoe weet je dat? Hoe komt het dat je je daarvan bewust bent geworden?' Het was inderdaad wat merkwaardig want ze waren tot dan altijd al naakt geweest en hadden zich daar nooit voor geschaamd. Het was zelfs nog nooit tot hen doorgedrongen.

Het ging ook helemaal niet om fysieke naaktheid. Ze wisten dat ze gezondigd hadden en probeerden dat nu verborgen te houden voor God, want ze schaamden zich. Let wel, het gaat hier om een gevoel van schaamte niet van schuld. Ze hadden geen schuldbesef; integendeel, ze probeerden elkaar de schuld te geven: de man de vrouw, de vrouw de slang. Een schuldbesef is goed. Het betekent dat je erkent dat je iets verkeerd gedaan hebt en dat je er iets aan kunt veranderen. Het zegt iets over de manier waarop je over jezelf denkt.

Schaamte is iets totaal anders. Je maakt je zorgen over wat anderen over je denken. Anderen zijn iets over je te weten gekomen wat je liever verborgen had gehouden. Indien het verborgen was gebleven dan had je niets hoeven te veranderen. Er hoefde dan helemaal geen schuldbesef te zijn.

De mens schaamde zich omdat ze naakt waren. Naakt wil zeggen dat alles zichtbaar was. Ze probeerden die naaktheid te bedekken met bladeren en gingen zich bovendien nog verstoppen.

Ze hadden gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad.

Tot dan toe waren zich van geen kwaad bewust geweest, ze waren volkomen onschuldig.
God had bepaald wat mocht en niet mocht: Hij was God; de mens het schepsel. Maar de mens wilde gelijk zijn aan God en zelf bepalen wat goed en kwaad was. Daardoor werden ze ook verantwoordelijk voor de gevolgen.

Ze waren niet langer onschuldig maar hadden jammer genoeg ook totaal geen schuldbesef dat hen aanspoorde om de schuld toe te geven en iets in zichzelf te veranderen. Ik heb me soms afgevraagd wat er zou gebeurd zijn indien de mens zich voor God op de knieën had geworpen, schuld had bekend en vergiffenis had gevraagd.

Maar natuurlijk is het verhaal van de zondeval geen historisch verslag en ook geen sprookje met een happy end, maar het geeft heel goed weer hoe de mens nog steeds is en zich gedraagt. Mensen schijnen nog steeds te denken dat ze dingen kunnen verborgen houden voor God. Ik heb meermaals gehoord dat mensen een afschuw hadden van de oude prent met de afbeelding van het alziende oog van God en het opschrift: 'God ziet u, hier vloekt men niet.' Het betekende voor hen dat God je in de gaten hield om je te betrappen op elke kleine en grote misstap, zodat Hij die zou kunnen noteren om je er ter verantwoording te kunnen roepen.

Moeten we dan weer terug naar het beeld van de straffende God, de God die ons met argusogen gadeslaat.

God ziet ons, dus we moeten braaf zijn.

Wat eigenlijk impliceert dat we helemaal niet braaf zouden zijn wanneer we er zeker van waren dat Hij ons niet zag.

Het heeft eigenlijk allemaal te maken met onze opvoeding: als je niet gehoorzaamt, krijg je straf, als je niet studeert, krijg je slechte punten. Het heeft ervoor gezorgd dat onze motieven om iets te doen en te laten enkel zijn ingegeven door een mogelijke beloning of straf. Dat zet zich zelfs voort als we volwassen zijn; zolang we niet betrapt worden, is alles OK.

Iedereen vindt het normaal dat politiecontroles worden aangekondigd. De overheid vindt dat een aangekondigde controle een positieve invloed heeft op het rijgedrag van chauffeurs; ze drinken minder en ze houden zich meer aan de snelheid. Maar zo zie ik het helemaal niet.

Het feit dat God mij voortdurend ziet, beangstigt mij niet, integendeel. Eerst en vooral vind ik het fantastisch dat Hij een klein en onooglijk schepsel als mij ziet. Die grote God heeft aandacht voor mij.

Bovendien voelt het feit dat Hij alles over me weet aan als iets zeer bevrijdend. Hij kent mijn motivaties, mijn denken, mijn problemen, mijn zwaktes. Ik hoef niet van alles te verbergen; dat heeft trouwens geen zin.

Ik gebruik het gedrag van mensen in het verkeer dikwijls als voorbeeld .

Voor ongelovigen vind ik het niet ongewoon dat hun gedrag afhangt van de 'pakkans'. Indien ze weten dat er ergens een snelheidscontrole is, zullen ze niet gauw te snel rijden omdat ze bang zijn dat ze een boete zullen moeten betalen.

Ze zullen niet parkeren waar het niet mag wanneer ze weten dat er op die plaats streng en veelvuldig gecontroleerd wordt. Wanneer ze de hand kunnen leggen op de parkeerkaart van een gehandicapte zullen ze die toch gebruiken ook al is die gehandicapte er niet bij. Velen doen die dingen en weinigen storen zich eraan. Erger nog wanneer je je aan de regels houdt, wordt je als naïef beschouwd.

Maar wat mij telkens weer verbaast, is dat christenen die dingen ook doen en het heel normaal vinden. Blijkbaar schijnen ze zich niet te realiseren dat God hen ziet. Niet dat ik nu denk dat God als een strenge Vader al die misstappen noteert, maar een beetje schaamte lijkt me hier toch wel op zijn plaats.

Ik heb pas een boek gelezen over genade , over hoe genadig God is. Door Jezus zijn we allemaal verzoend met hem; Hij heeft onze zonden vergeven.

Ik ben blij dat ik zo'n liefdevolle Vader heb. Ik hou van hem en ik wil mijn best doen om hem tevreden te stellen, om hem een plezier te doen en zijn richtlijnen zomaar niet naast me neer leggen alsof het helemaal geen belang heeft wat Hij van me vraagt of van me denkt. Dit heeft niks te maken met schuldgevoelens of angst maar met respect.

Dit wil niet zeggen dat ik volmaakt zonder zonden ben, maar ik doe mijn best om alvast niet bewust te zondigen.

En dan kom ik terug op die naaktheid.

Wij mensen zijn goed in het zoeken naar verontschuldigingen en we kunnen onszelf zeer goed voorliegen. Maar God ziet ons zoals we zijn, in onze volle naaktheid. Hij zal die kennis niet gebruiken om ons ermee op het hoofd te slaan maar als wij het toestaan, zal Hij er ons op attent maken.
In de bijbel staat dat de Heilige geest ons overtuigt van zonden; dit wil zeggen dat hij ons een spiegel voorhoudt en ons zelf onze naaktheid laat zien en die goed belicht zodat we alle vuile plekjes goed zien, niet om ons een gevoel van eigenwaarde te ontnemen maar om ons bij te sturen indien dat nodig is.

In het evangelie van Johannes lezen we dat Jezus zegt dat we opnieuw geboren moeten worden door de Heilige Geest. Dit wil gewoon zeggen dat we een nieuwe kans krijgen om het beter te doen. Het is dus geen eindpunt maar juist een nieuw begin. Van daaruit moeten we beginnen groeien, evolueren.

Een christen die niet evolueert, is gewoon geen christen.