Ik zal mijn Geest uitgieten

01-03-2021

De Heilige Geest spreekt:

Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël.
"Aan het einde der tijden, zegt God,
zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten.

Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren,
jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.
Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten,
zodat ze zullen profeteren. (Hand. 2, 16-18)

Deze tekst is bijna een letterlijke kopie van wat je kunt lezen bij de profeet Joël 3, 1-5.

De woorden: 'Aan het einde der tijden' geven de indruk dat het ook in beide gevallen over de verre toekomst gaat, maar Petrus zegt heel duidelijk dat hij het heeft over wat ze zojuist hebben meegemaakt: de uitstorting van de Heilige Geest.

Nu wil ik me niet vastpinnen op de woorden 'het einde der tijden' alsof we via allerlei theorieën en berekeningen kunnen voorspellen wanneer het allemaal ten einde zal zijn.
Zelfs Jezus wist het niet en voor God is 1 dag als 1000 jaar en 1000 jaar als 1 dag (2 Petr. 3,8). Het belangrijkste is dat we altijd voorbereid moeten zijn.

Waar het hier over gaat, is dat er een nieuwe tijd is aangebroken: de tijd van de Heilige Geest. Het is een tijd waarin God op een andere manier met zijn volk, zijn kinderen, de gelovigen omgaat.
De eerste periode was die van de Vader. Hij gaf hen wetten, en verwachtte dat die richtlijnen nauwgezet werden nageleefd. Het gevolg was dat er ontelbare regeltjes werden opgesteld die uiteindelijk meer aandacht kregen dan God zelf. Want zo zijn mensen nu eenmaal.

De tweede periode was die van Jezus. God kwam als het ware dichterbij en maakte de bedoeling van de wetten duidelijk. De geest van de wet was belangrijk, niet enkel de strikte navolging ervan. Het was duidelijk dat het naleven van de wetten hen harder maakte.
Dus leerde Hij hen dat er maar twee geboden waren: God bovenal liefhebben en de naaste als onszelf. Dit wilde zeggen dat alle wetten of geboden altijd in het licht van de liefde moesten gehouden worden.

De derde periode, die waarin wij nu leven, is de periode van de Heilige Geest.
God is nu aanwezig in ons (of zou dat moeten zijn) en legt ook zijn geboden in ons;
Hij geeft ons rechtstreeks leiding. Hij spreekt in onze geest en geeft wijsheid en onderscheiding.
In Jezus tijd plozen de Farizeeën en Schriftgeleerden hun boeken uit om alle voorschriften nauwgezet te kunnen uitvoeren. Op die manier probeerden ze vooral zichzelf te rechtvaardigen en legden ondertussen op een harteloze manier anderen ondraaglijke lasten op de schouders. Langs de andere kant probeerden ze op allerlei mogelijke manieren zelf de wetten te omzeilen.
Nu zie ik nu in christelijke kringen hetzelfde gebeuren. De bijbel wordt woord voor woord ontleed en bestudeerd.
De voorschriften die er in staan worden als letterlijke geboden gepresenteerd, meestal geïllustreerd met een waterval van Bijbelteksten.
Maar alhoewel de Bijbel door God geïnspireerd is, het is geen wetboek.

Jezus zelf haalde schriftteksten aan om zijn toehoorders erop te wijzen dat de geest van de richtlijnen belangrijker was dan de wet zelf.
Hij begon dan met : "er staat geschreven..." en ging verder met "maar ik zeg u.." waarbij Hij duidelijk maakte dat er meer verwacht werd dan het louter naleven van het regeltje. Soms 'overtrad' hij een wet omdat ze duidelijk geen waarde had in het licht van de liefde.

Als christen heb je een persoonlijke relatie met God en dan praat je met Hem.
Maar het is een dialoog, een gesprek. In een goed gesprek is het vooral belangrijk dat je naar de ander luistert. Aan Gods luisteren moeten we niet twijfelen, maar aan ons luisteren hapert vaak wel wat. Horen wat God tegen ons zegt, vraagt onbevangenheid. We moeten geen tekstjes opzoeken om God te horen spreken, dat is geen gesprek. Zoiets doe je met de gebruiksaanwijzing van een toestel.

Waarom schijnen sommige christenen te denken dat alles in de bijbel staat. Ze stellen allerlei vragen en beantwoorden die dan met een resem aan bijbel citaten alsof God niks anders te zeggen heeft. Meer nog, als ze toch iets horen, dan zal het wel niet van God komen.

Gelukkig hebben de leerlingen niet gedacht dat ze na Jezus hemelvaart alles wat ze moesten weten uit Jezus mond hadden gehoord. Het tegendeel is waar.
Toen begon het pas.
Met Pinksteren kwam de Heilige Geest. Hij was de Helper die Jezus bedoelde. Hij zou zijn volgelingen (dus ook ons) alles duidelijk maken.
En dat heeft Hij gedaan. Wanneer we het nieuwe testament bekijken dan zien we dat de evangelies samen ongeveer maar half zoveel tekst bevatten als de brieven en het boek openbaring.
Dus na Jezus hemelvaart had God toch nog iets te zeggen aan zijn volk. Er is geen enkele reden om te denken dat nu toch wel alles gezegd is.
De Heilige Geest is diegene die ons zal leiden wanneer we dat toestaan.
Hij laat ons weten wat van God is en wat niet.
Zo is de gave van onderscheiding onontbeerlijk voor een christen.
Het is een bovennatuurlijke gave. Het is een werktuig, geen talent, geen beloning, geen bezit. Het is God die in ons spreekt en ons niet doet verdwalen.
Wanneer God echt spreekt, dan horen we dat met onze geest. Dat is geen gevoel maar een weten. Dat is persoonlijk.
Hij is diegene die ons leiden zal wanneer we dat toestaan. Hij is niet meer de God die onder ons leeft, maar die in ons leeft.

Het evangelie van Johannes eindigt met de woorden:
'Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, één voor één, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden.' Joh. 21, 25

Jezus leeft en Hij is niet uitgesproken.