De zin van de geboden.

13-02-2019

"Ik zal voortgaan op de weg van uw geboden, want U geeft mij ruimte. (Psalm 119, 32)
Weinig mensen zullen geboden of wetten in verband brengen met ruimte. De meesten zien ze als een lastige beperking van hun bewegingsvrijheid. Geboden nemen je een stuk van je vrijheid af; je mag niet meer doen wat je wil.

Ik begrijp eigenlijk niet zo goed waarom mensen onbeperkt willen kunnen doen wat ze willen doen, toch niet wanneer je eens goed rondkijkt en ziet wat voor gevolgen dat in onze wereld heeft.
Het doet me een beetje denken aan mensen die geen veiligheidsgordel willen dragen, omdat ze zich dan zo vastgebonden voelen. En dan zie ik die kleine kinderen die rechtstaan in de auto en van papa en mama de gordel ook niet moeten omdoen, want die kinderen zeuren zo wanneer ze dat moeten doen, en dus laten ze het maar zo.
De verplichting om die gordel te dragen wordt gezien als een beperking, terwijl het eigenlijk een bescherming is.
En dus rijden we sneller dan we mogen en trappen we op de rem wanneer we politie zien, we kijken of er geen politie in de buurt is, en lopen dan door het rode licht, we stappen na het drinken van een paar glazen bier achter het stuur en rijden langs een weg waar er zeker geen alcoholcontrole is; kortom we doen van alles dat eigenlijk niet mag, maar zorgen ervoor dat we niet gepakt worden.
Dat al die regels er zij voor onze eigen veiligheid, daar denken we niet aan.

En zo staan we ook tegenover Gods regels of geboden; we zien ze als vervelende dingen die onze vrijheid beperken, in plaats van grenzen die ons beschermen en de ruimte waarin we ons bewegen veilig maken.
Het vervelende is echter dat we onze overtredingen niet kunnen verbergen voor die alziende God.
Maar ook daar hebben we iets op gevonden: we veranderen gewoon dat ouderwetse Godsbeeld in een aangenamer: God is Liefde, waarmee we eigenlijk willen zeggen; Hij ziet het wel door de vingers.
Want blijkbaar kan alleen de dreiging van een straf ons motiveren.
Dat God zijn wetten juist heeft ingesteld uit liefde, omdat Hij ze als noodzakelijk ziet voor ons welzijn, dat komt niet eens in ons op.